Dagverslagen De heenreis naar Frankrijk Cascade du Grand-Marchet Grottes des Chevres Rocher Blanc en les Fontanettes Col de Napremont Petit Mont Blanc Courchevel Refuge Péclet-Polset Col de la Vanoise Rustdag Verjaardagsvisite in Guillestre Briançon Col de Grande Casse I Col de Grande Casse II Van Frankrijk naar Italië Colle Tza Séche Rifugio Nacamuli Aosta stad Rustdag Inpakken en wegwezen | Om half drie gaat de wekker en Karina gaat gelijk uit bed om broodjes te bakken en te douchen. Even later komt Michiel ook uit bed en zet de bagage in de auto. Om half vier zitten we in de auto. In de auto blijkt dat TomTom (het navigatiesysteem) de val bij het instappen van de auto niet heeft overleeft en daardoor zijn we genoodzaakt om op de ouderwetse manier te navigeren naar Frankrijk: Michiel rijdt en Karina leest de kaart. Om de franse tolwegen wat te vermijden en omdat we de terugweg zowiezo al via Zwitserland moeten rijden, hebben we een vignet voor Zwitserland gekocht. We rijden dan de heenweg dan ook via Zwitserland naar Frankrijk. Tegen vier uur in de middag bereiken we Pralognan. We volgen de bordjes "camping" en komen uit bij Camping Isertan. Terwijl we over deze camping lopen, zien we een een achter de bomen een veld met allemaal kleine tentjes staan. Dit blijkt een andere camping te zijn. Isertan bevat veel luxe zoals een grote speeltuin, een restaurant, een tennisbaan en een jacuzzi. De camping met de tentjes blijkt minder luxe te zijn en dus veel geschikter voor ons. We besluiten de minder luxe camping te nemen. Deze camping heeft de naam Chamois. We zoeken een mooie plek aan de rand van de camping naast een stromend watervalletje en dicht bij de toiletten. Er vallen een paar druppels uit de lucht terwijl wij onze tent opzetten. De weersverwachtingen voor Vanoise waren slecht toen we vanmorgen de laatste weerberichten bekeken en de druppels maakten de weersverwachtingen helemaal waar. Na het eten verkennen we de buurt met een kleine wandeling. We lopen direct vanaf de camping omhoog en komen bij een uitzicht op een waterval (Cascade de la Fraiche). We besluiten naar de waterval toe te lopen. Bij de waterval blijkt een via Ferrata (klettersteigroute) te lopen. We nemen een kijkje dichterbij en zien dat het best een pittige route is. We maken een rondwandeling door naar het dorp te gaan en vandaaruit weer terug naar de camping te lopen. In het dorp vinden we enkele interessante bergsportwinkels, een supermarkt en een bakker. Na de rondwandeling poetsen we onze tanden en duiken we vroeg ons bed in. Dankzij de waterval vlak naast ons tentje horen we de hele nacht niets anders dan bruisend water. Geen last van schreeuwende kinderen of ander lawaai. Karina wordt wakker met keelpijn en maakt Michiel wakker door te roepen naar water. Na het water lopen we naar de supermarkt en bakker om brood, beleg en drinken te halen. Ook kopen we nog een wandelkaart bij de Syndicat d'Initiative (de franse VVV). Gisteren hadden we al een inloop route voor vandaag bedacht en we beginnen onze wandeling vanaf de camping richting Cascade du Grand-Marchet. Eenmaal daar zien we het pad nog verder stijgen. We lopen nog een stuk verder en na ongeveer 600 meter stijgen vanaf de camping gaan we even zitten. Michiel ziet een bieslook plantje en al gauw zien we dat er heel veel bieslook plantjes staan. Onze lunch wordt dan ook stokbrood met kruidenroomkaas met versgeknipte bieslook. Net als we weer verder willen gaan, begint het te regenen. We zien dat de lucht inmiddels helemaal dichtgerokken is en aangezien er onweer was voorspeld, lopen we hetzelfde pad weer terug naar de camping. Daar aangekomen verdwijnen de wolken als sneeuw voor de zon en genieten we nog even van de zon en wandelen we nog even naar het dorp om daar een nieuwe rugzak te kopen die we willen gebruiken voor een huttentocht. Ook koopt Michiel nog een driekwart broek. 's Avonds proberen we onze nieuwe barbeque uit. Karina heeft weer een slechte nacht achter de rug en voelt zich nog steeds niet helemaal fit. We lopen daarom vandaag een korte wandeling naar de Grottes des Chevres. Via Pralognan lopen we naar les Granges en van daar uit lopen we via een steil bospaadje naar Grottes des Chevres. Dit blijkt een gat in de rotsen te zijn waar waarschijnlijk geiten schuilen als het regent, maar vandaag schuilen wij er voor de regen en nuttigen we er onze lunch. We lopen aan de aandere kant van de geitengrot weer naar beneden naar Pralognan. We komen nog langs een klimwand waar we nog even een kijkje dichterbij nemen. Wanneer we in Prolognan zijn, zien we een reuzachtig beeld van een steenbok die het dorp over kijkt. 's Avonds maken we nog een korte wandeling vanaf de camping. We lopen langs de schuine graswand (wat in 1992 gediend heeft als olympisch slalom veld) en zien en eten bosaardbeien die we andere mensen al hadden zien plukken. We lopen richting Pont Cholliere en plukken een bosje alpenbloemen voor op tafel op de camping. Karina wordt weer wakker met hoge koorts en griep. Maar stoer als ze nu eenmaal is, wil ze toch nog een wandeling maken. We beginnen te wandelen met hetzelfde pad als gisteravond en wandelen zo langs Pont Cholliere. Daar zien we een route naar Rocher Blanc en volgen we deze. Waar deze Rocher Blanc precies is, weten we nog steeds niet, maar we vermoeden dat het om een groep wit gesteente gaat, waar we langs gelopen zijn. We hebben al een aantal keer bordjes naar les Fontanettes gezien en deze keer besluiten we de bordjes eens te volgen. We komen weer vlak langs onze camping. Via Pont du Creuset komen we bij les Fontanettes. Het blijkt een restaurant te zijn. We lopen terug naar de camping en concluderen allebei dat we best een leuke route hebben gelopen. Karina voelt zich weer wat beter en daarom proberen we vandaag een wat langere wandeling. We gaan vanaf de camping via een asfaltweggetje naar een bos waar een bospaadje ons verder omhoog leidt richting col Napremont. Het bospad gaat over in een pad over morenen en daarna vrij steil omhoog via een slingerend paadje. Vlak voor de top loopt het pad tussen de alpenroosjes en andere kleurige en geurige alpenbloemen. Ook krijgen we nog een uitzicht op Pralognan. Via de andere kant van de berg vervolgen we onze route omlaag weer terug naar de camping. Een leuke en niet al te zware route. Ondanks dat het niet een hele heldere dag is, besluiten we toch om de petit Mont Blanc te beklimmen. We rijden een klein stukje om niet over asfalt te hoeven lopen en zetten onze auto neer bij Pont Gerlon. De route loopt bijna direct door een alm waar ook koeien en een aantal stieren los rondlopen. We proberen voorzichtig de dieren opzij te krijgen of erom heen te lopen. We willen immers geen stierenhoorns in ons achterste krijgen. De route gaat verder over een steil paadje langs prachtige bloemen. Na ongeveer 200 meter stijgen loopt de route langs erg poreus gesteente. Er liggen ook veel rotsblokken op het pad die eerder al eens van het gesteente afgebrokkeld en naar beneden gevallen zijn. Ook lopen we langs een smal schuin paadje dat bestaat uit zand en met een flinke afgrond ernaast. We lopen gauw door, want deze paadjes zijn vrij griezelig. Het landschap kenmerkt zich door de diepe kraters die lijken veroorzaakt door een meteorietenregen, maar het zou ook heel goed kunnen dat het poreuze gesteente op die plekken het heeft begeven. De hele route komen we geen mens tegen en wij maken ons een beetje zorgen. Het weer is nog vrij onstabiel en misschien hebben wij een weersverwachting gemist. Zo'n 200 meter voor de top zien we een paar mensen zitten en wij zijn voor het eerst blij dat we zoveel mensen zien tijdens een wandeling. Via de col du Mône lopen we naar de petit Mont Blanc waar nog meer mensen rondlopen die vanaf de andere kant zijn gekomen. De top blijkt vanaf tenminste 4 kanten "beklommen" te kunnen worden. Op de top staat een informatie tableau waarop andere toppen aangegeven worden. We komen hier ook de buren van de camping tegen. We maken even een praatje en vervolgens lopen we via de col des Saulces weer naar beneden en maken er op deze manier de rondwandeling compleet. Het laatste stuk omlaag verloopt via een steil pad. Ook lopen we een stuk door de sneeuw. Michiel pakt zijn "zitlap" en glijdt hierop naar beneden over de sneeuw. De wandeling eindigt precies bij ons beginpunt, Pont Gerlon. We hebben een heel mooi rondje gelopen zonder over asfalt te moeten lopen. Wanneer we opstaan is het hele landschap gehuld in de mist, het regent en de weersvoorspellingen zijn slecht. We doen rustig aan met het ontbijt, lezen wat en bekijken de kaart. Tegen een uur of elf is het weer nog steeds bar en boos dus besluiten we een kijkje te nemen in Courchevel. We rijden naar Courchevel op 1850 meter hoogte en belanden in een uitgestorven, maar gigantisch skidorp. Bijna alles is gesloten. We halen bij de Syndicate d' Initiative wat foldertjes en bekijken wat we kunnen doen. Gek genoeg schijnt in Courchevel de zon en we eten ons stokbrood buiten op een bankje op terwijl we van de zon genieten. Wanneer we besloten hebben met de liftjes omhoog te gaan en naar een topje te lopen, blijken deze liftjes gesloten te zijn. We gaan daarom maar naar Courchevel 1550 en bezoeken daar de skischans die is gebruikt tijden de olympische winterspelen van 1992. We lopen met de trap met "oneindig" aantal treden omhoog en komen zo bovenaan de skischans te staan. Wanneer we weer naar beneden gaan, zien we een klein treintje omhoog gaan. Wij stappen in het treintje en gaan daarmee weer terug omlaag. Eenmaal beneden zien we een aantal skischansspringers die met het treintje omhoog gaan en even later van de kleinere schans naar beneden springen. We lopen nog even door het dorpje en keren dan weer terug naar de camping, waar de regen inmiddels is gestopt. Het is alweer een enorm mistige ochtend wanneer we opstaan. Maar we willen toch graag een wandeling maken. We besluiten om de wandeling te maken die onze campingburen ons hadden aangeraden. Wanneer we in Prioux aankomen waar de wandeling zou moeten beginnen, zien we niet waar de wandeling precies begint en eindigt. We doen daarom maar de wandeling naar de hut Péclet-Polset, een wandeling die we zowie toch al wilden lopen. De route naar de hut is makkelijk en loopt over een breed pad, maar het is wel een aardig stuk lopen. Tijdens het wandelen komen we veel bergmarmotten tegen die we een deel van onze wortelvoorraad hebben gegeven. Het uitzicht op de bergen is slecht, want alle omliggende bergen zijn gehuld in mist. Na 2 en half uur komen we bij de hut. Aangezien het buiten sneeuwt en binnen lekker droog is, gaan we naar binnen en trekken we onze schoenen uit en stappen we elk in een paar slippers die in de hut liggen. In de hut nemen we een omelette met spek en maken een praatje met een aantal belgen die de GR55 lopen. Wanneer we de hut weer uitlopen, zien we nog steeds niets meer dan mist. Omdat het weer niet op lijkt te klaren, lopen we weer vlot terug naar de auto. Ondanks het slechte weer, was het een geslaagde wandeling die we in de toekomst zeker nog een keer zullen lopen maar dan hopelijk met mooi weer. 's Avonds gaan we Pralognan in omdat het feest is. Het begint met een optocht met verklede jongeren, muzikanten en kinderen met lampionnen. Terwijl wij genieten van een glas 'vin chaud' lopen we met de optocht mee. De optocht eindigt weer in het centrum en wanneer we daar weer aangekomen zijn, wordt er een mooie vuurwerk show in de bergen gestart. Zoals voorspeld is het stralend weer als wij 's ochtends de tent uit stappen. Alle bergtoppen om ons heen zijn goed te zien. Het lijkt ons een ideale dag om naar Col de la Vanoise te gaan om daar de Grande Casse te bewonderen. We starten onze wandeling in bij het restaurant Fontanettes en lopen dan via een gemakkelijk pad via refuge de Barnettes en lac des Vaches naar refuge de la Vanoise en de col de la Vanoise. Het laatste gedeelte van de route naar de hut loopt langs een meer en gedeeltelijk door de sneeuw. We eten onze lunch bij het meer terwijl we genieten van het uitzicht op de Grande Casse. Na de lunch vervolgen we onze weg langs de hut en weer naar beneden. De terugweg verloopt via een opgedroogd meer en een steile sneeuwwand, waar een franse mevrouw zonder aarzelen vanaf gleed met haar rugzak als slee. De rest van de terugweg loopt langs een steil pad om de Moriond heen. Karina krijgt last van akelige knieblessure en we zijn genoodzaakt rustig aan te dalen. Ondanks deze laatste tegenvaller zien we de wandeling naar de col de la Vanoise als één van de mooiste wandelingen die we hebben gelopen. De vers gevallen sneeuw van de dagen ervoor maakte het landschap ook extra mooi. Vanwege Karina's knieblessure besluiten we een dagje rustig aan te doen. We willen graag kanoën, maar we zien dat dat in Moutier kan. Omdat we daar morgen langskomen omdat we naar Guillestre gaan voor de verjaardag van Michiel's moeder, besluiten we morgen te gaan kanoën. We gaan naar het dorp om daar het bureau de Guides te zoeken om informatie te vragen over leuke dingen die we kunnen doen in de omgeving. We denken aan een via ferrata of aan een gletschertocht. Na wat gehoord te hebben over de gletschertocht zijn we zo enthousiast dat we dat willen gaan regelen. We krijgen een lijstje mee met materiaal dat we moeten kopen of huren en gaan meteen de bergsportwinkels a om alles te regelen en aan te schaffen. We eindigen de avond met een etentje in cafe-restaurant la Vanoise. Het is vandaag de verjaardag van Michiel's moeder. Michiel's ouders verblijven in Guillestre waar ze bezig zijn met de GR5. Ongeveer 200km rijden. We vertrekken tegen het eind van de ochtend. We willen onderweg nog gaan kanoën, maar het bedrijfje waar we uiteindelijk terechtkomen, ziet er nogal gesloten uit. We rijden door naar de col du Galibier (2645m) waar we even uitstappen en naar boven lopen op de top van de col. Op de col zijn veel fietsers en langs en op de weg zijn nog teksten te lezen van de Tour de France. Na te hebben genoten van het uitzicht op de col rijden we door naar Briançon. Eenmaal daar aangekomen is het noodweer en we gaan even droog winkelen in het overdekte winkelcentrum. Hierna rijden we door naar Guillestre waar ook de regen uit de lucht stort. We komen al snel op Camping St. James de Pines aan en schuilen in de warme caravan van Michiel's ouders. We spelen 's avonds een spelletje Bohnanza. We beëindigen de dag door te gaan slapen in ons nieuwe The Northface TadPole tentje. We staan op en zien dat het nieuwe tentje toch wat meer condensvorming heeft dan onze tent die we op de andere camping hebben staan. We zullen het tentje iets beter moeten ventileren als we het tentje over enkele weken gaan gebruiken tijdens onze trektocht door Jotunheimen in Noorwegen. We blijven tot de middag in Guillestre en rijden daarna weer naar Briançon om het oude centrum te bekijken. Het blijkt een leuk historisch centrum te zijn, maar we zijn al snel uitgegeken. We gaan nog langs een sportwinkel om een brace aan te schaffen voor Karina's knieblessure. 's Ochtends halen we brood bij de bakker en ons materiaal (stijgijzers, gordels, pick-axe) bij de sportwinkel voor de gletschertocht. We vertrekken daarna vanaf Pralognan naar refuge de la Vnaoise waar we al eerder zijn geweest. Door de warmte en de zwaardere rugzakken verloopt de tocht wat moeizamer dan een paar dagen geleden. Tegen 3 uur komen we bij de hut aan en melden ons bij de receptie. Tot aan het avondeten spelen we nog wat spelletjes en leggen we onze spullen op de slaapkamer. Bij het avondeten zouden we onze gids ontmoeten en de rest van de groep. Wanneer we moeten eten komt een frans stel op ons af en vraagt of wij ook deelnemen aan de gletschertocht. Het stel stelt zich voor als Bernard en Michelle en al gauw komt er een ander stel bij ons aan tafel zitten. Sonia en Jean-Luc, een koppel uit het franstalige België dat hun 20-jarig huwelijk viert. We horen van de anderen dat de gids pas rond half 10 zal arriveren bij de hut. Tijdens het eten wordt er wat gekletst en informatie uitgewisseld in het frans, engels en af en toe wat nederlandse vertalingen van Jean-Luc die een aardig woordje Nederlands blijkt te spreken. Na het eten is de gids er nog steeds niet. Om half 10 roept een van de personeelsleden van de hut iets en iedereen vertrekt naar de slaapkamers om te gaan slapen. We zijn verbaasd dat de gids er nog steeds niet is. We besluiten ook maar te gaan slapen. Maar op het moment dat we willen gaan slapen, horen we dat de gids net is gearriveerd. We maken kennis met de gids, Bernard en hij verteld nog wat dingen over de tocht van morgen, waar wij maar weinig van mee krijgen omdat onze kennis van de franse taal toch minder goed is als we gehoopt hadden. Gelukkig kan Jean-Luc ons de meest belangijke dingen nog vertellen in het Nederlands. Inmiddels erg moe gaan we naar bed. Helaas verdwijnt het slaperige gevoel al heel snel als we eenmaal op bed liggen, samen met nog 10 anderen op de slaapkamer. Midden in de nacht gaan we nog even een wandeling maken naar de toiletten. Onze zaklamp blijkt kapot gegaan te zijn, waardoor we in het donker op de tast naar buiten moeten om daar het toiletgebouw op te zoeken. Precies om 4 uur gaat de wekker af en wekt iemand van de hut ons. We haasten ons naar de ontbijttafel en nemen wat verdroogd brood tot ons. Rond half 5 zijn we al weer onderweg. In het donker door de bergen wandelen is wel even wennen, maar al gauw komen we op het witte sneeuw en beginnen onze ogen te wennen aan het donker. Na een uur wordt het licht en zien we de prachtige sneeuwtoppen om ons heen. Eenmaal op de gletscher aangekomen doen we onze gordel om en maken ons vast aan het touw. De tocht gaat verder omhoog over de gletscher richting de col de grande Casse. Al gauw steekt een hevige mist op en de gids begint te twijfelen over zijn kompas. "Je perdu, c'est la Gauche ou c'est la droit?" horen we de gids nog zeggen. Wij hebben een GPS in de rugzak en gebruiken deze om de gids het noorden te wijzen zodat hij de weg naar de col kan vinden. Met de col in zicht doen we onze stijgijzers onder en klimmen omhoog naar de col. Het laatste stuk is nogal modderig en er ligt veel losliggend gesteente. We moeten voorzichtig lopen en proberen de naar beneden rollende stenen te ontwijken. Na het spannende stuk klimmen staan we op de col. De mist is volledig verdwenen en we hebben een prachtig uitzicht. Het maken van foto's is lastig aangezien we aan touw vast zitten. Veel bewegingsvrijheid heb je niet. We smeren ons nog even goed in met zonnebrand en dalen over een andere gletscher. De gids verteld ons dat we dit stuk even vlot door moeten lopen en dat we niet mogen stoppen omdat de kans op lawines groot is. We lopen over de Glacier de Rosolin en dalen vervolgens heel vlot over een tweetal steile sneeuwhellingen. Skiënd op onze bergschoenen gaan we de steile sneeuwhellingen af. Karina vindt dit wat griezelig en gaat stapvoets omlaag, maar op een gegeven moment besluit ze om te gaan zitten en zo naar beneden te gaan. Dit blijkt erg snel te gaan. Gelukkig kan ze voor de afgrond nog tot stilstand komen, maar Karina's vingers zijn wel wat beschadigd door het scherpe sneeuw en de kleine steentjes in de sneeuw. Ook Michiel valt tijdens het skiën op zijn achterste en glijdt zo ook een heel stuk omlaag met een natte kont als gevolg. We dalen na de sneeuwvelden verder af over een klein stukje morenen/puin en vervolgens over een graat. Na de graat komen we op een duidelijk aanwijsbaar wandelpad en lopen via dit pad naar beneden naar Champagny. Wanneer we in Laisonnay aankomen geeft de gids aan dat zijn taak erop zit en gaat er alleen vandoor in de hoop dat hij zo sneller een lift naar Pralognan kan krijgen. Hij moet om 3 uur in de middag weer in Pralognan zijn om daar te gidsen bij de via Ferrata. Bernard en Jean-Luc besluiten gauw voorop te gaan lopen om zo bij een telefooncel te komen om hun chauffeur te bellen. De mobiele telefoon had geen bereik. Jean-Luc zou met Bernard en Michelle mee rijden en Jean-Luc zou dan met hun auto Sonia, Karina en Michiel oppikken. Met 3 bussen per dag is de busverbinding niet erg goed te noemen. Na een aantal korte liften en een hoop gedoe, is het uiteindelijk gelukt om de chauffeur van Bernard en Michelle te bereiken. Sonia, Karina en Michiel blijven achter en nemen een ijsje bij een cafe-restaurant en wachten op Jean-Luc. Uiteindelijk zijn we rond 4 uur weer terug op de camping. Vandaag vertrekken we naar Aosta, Italië. We genieten van ons ontbijt en verlaten dan de camping in Pralognan. We rijden via Bourg St. Maurice en dan over de kleine St. Bernard pas. Op de pas stappen we nog even uit en maken een foto en rijden verder. We komen 's middags op de camping International Touring van Sarre aan. 's Avonds gaan we uit eten in het restaurant van de camping waar we twee jaar geleden heerlijke pizza's gegeten hebben. De salade vooraf is heerlijk, maar de pizza valt wat tegen en is wat mager belegd. De kok van twee jaar geleden zien we ook niet meer in de keuken rondlopen. We vertrekken vroeg naar Cogne om hier te gaan wandelen. We moeten echter eerst nog op zoek naar een bank en supermarkt. Om kwart voor 10 zijn we op pad. De tocht begint in Gimillan en gaat naar colle Tza Séche. Het is een gemakkelijke maar aardig lange tocht. Door de warmte gaat het ook wat moeizamer met stijgen. Het is daarom raadzaam om deze wandeling wat vroeger te beginnen dan wij gedaan hebben. Tegen half 12 komen we bij de boerderij van Arpisson aan. Even na de boerderij zien we een kruis op een "bergtopje" staan. Aangezien deze niet veel hoger is dan het pad waar we over heen lopen, besluiten we daar ook nog even langs te lopen. En daar zien we dat we over de edelweiss gelopen hebben. We stijgen daarna vlot en bereiken zo snel de col. We lunchen op de col en gaan dan weer vlot omlaag omdat het weer er niet heel gunstig meer uit ziet. Onderweg komen we nog weer wat bergmarmotten tegen. Uiteindelijk blijkt het slechte weer wel mee te vallen. Het blijft droog. De bedoeling is om vandaag vroeg te beginnen met wandelen in het Valpelline dal. We vertrekken op tijd, maar rijden heel lang door Aosta om de weg te vinden dat naar het dal leidt. Uiteindelijk rijden we weer terug naar de camping om te ontbijten. We kijken nog eens goed naar de kaart en besluiten nog een poging te wagen. Uiteindelijk lukt het om de juiste weg te vinden en we komen er later zelfs nog achter dat er zelfs twee wegen naar het dal leiden. We beginnen om half 12 met lopen vanuit Place Moulin bij het stuwmeer van Prarayer. De route loopt langs het felblauwe stuwmeer en geurige bloemen. Het eerste deel van de tocht is aardig vlak en we maken weinig hoogte meters. Na de almhutten van La Garda op zo'n 2200 meter hoogte wordt het pad wat steiler en we komen uit op een sneeuwveld waar een snelstromende waterval met smeltwater onderdoor loopt. Aangezien een deel van het pad over de sneeuw al weggezakt is, moeten we onze eigen weg over het sneeuw zoeken. Zo snel als we kunnen steken we het sneeuw over zodat we weer veilig op "vaste" grond staan. Na een eindje lopen door het dal komen we uit op een steil pad dat met staalkabels en "nietjes" is gezekerd. Gelukkig maar, want het pad zelf is erg glad en glibberig door smeltwater dat over het pad naar beneden stroomt. Op deze manier stijgen we erg snel en komen tegen half vier bij de hut aan. Na een snel bezoek aan de Rifugio Nacamuli, dalen we snel weer af en doen er nog eens twee uur over om weer bij de auto te komen. Het was een mooie en verrassende tocht waarbij het doel van de wandeling, de hut, tot bijna aan het eind van de wandeling verborgen bleef. Vandaag nemen we weer eens een kijkje in de stad Aosta. We winkelen wat en ontdekken een nieuw deel dat we twee jaar geleden wonderlijk over het hoofd hebben gezien. We kopen kaartjes en postzegels in de tabaccoshop. Wanneer we de Arc de Triomph bezichtigen zien we mensen lopen met stukken pizza die er erg lekker uit zien. Door deze mensen in tegenover gestelde richting te volgen, komen we uit bij een kleine pizzabakker op de hoek van de straat. We kopen twee calzone pizaatjes en we zijn verrast door de heerlijke smaak van de pizza's. Een aanrader voor een ieder die nog eens in Aosta komt dus! 's Middags nemen we een duik in het zwembad van de camping en genieten we van de zon. Rustdag (24 juli 2004) Omdat het toch vakantie is, nemen we vandaag nog maar een rustdag. De wandelingen van de afgelopen weken beginnen we nu wel te voelen in onze benen. We bezoeken nogmaals Aosta en de pizzabakker op de hoek waar we gisteren ook zijn geweest. |
