Net als elke andere vakantie, staan we ook vandaag weer extra vroeg op. Bij het wegrijden constateren we dat één van onze achterlichten het heeft begeven. Het kost een half uur extra om de verlichting weer redelijk op orde te hebben.

Even voorbij Hamburg lassen we een korte ontbijtstop in, waarna we in één keer doorrijden naar Puttgarden waar we enkele minuten moeten wachten op de boot naar Rodby.

De bootreis is snel voorbij en we rijden gelijk door naar de Sontbrug die van Kopenhagen naar Malmö in Zweden gaat. Een lange, rustige weg door Zweden volgt en zonder problemen rijden we rustig verder tot vlak voor de grens met Noorwegen waar we op een parkeerplaats een doosje verse aardbeien kopen en waar we een warme maaltijd klaarmaken en opeten.

Na het eten rijden we door naar Noorwegen waar we even voor Oslo een tweetal tolwegen moeten passeren. We rijden langs de kust in Oslo waar het vrij druk is. Waarschijnlijk hadden we er beter aan gedaan als we via de noordkant van Oslo waren gegaan. Maar zonder navigatie systeem (die voor onze vorige vakantie kapot gevallen was) is het een stuk lastiger navigeren.

Oslo laten we al snel achter ons en we besluiten nog een stukje door te rijden. Voor we het goed beseffen, merken we dat we al vlak bij Jotunheimen zijn. We rijden door en zoeken een mooi plekje aan de kant van de weg waar we onze tent op zetten.

's Ochtends worden we pas laat wakker. We ontbijten met hartkeks en breken de tent af en trekken alvast onze kleren aan die we tijdens onze trektocht zullen dragen. Na een paar kilometers met de auto rijden, zitten we al bij Gjendesheim.

Bij het restaurant van Gjendesheim betalen we 400 noorse kronen (zo'n 50 euro) om onze auto 8 dagen op de parkeerplaats te mogen laten staan. Het is goedkoper om je auto wat lager te parkeren, maar omdat wij onze rugzakken net goed op onze rug hebben zitten, hebben we geen zin meer om onze auto te verplaatsen.

We gaan direct vanaf de parkeerplaats omhoog. Het pad begint meteen vrij steil omhoog en dat voelen we onmiddelijk in onze benen. Al snel lassen we een pauze in en vullen we onze flesjes weer met water uit een watervalletje. Het idee om water uit een waterval te drinken is nog wel even vreemd, maar het water smaakt ons goed.

Na een flink stuk stijgen, begint het pad wat rustiger omhoog te gaan om op een gegeven moment uit te komen bij een grote steenman van zeker 4 meter hoog. Na deze steenman beginnen we aan de afdaling van de Bessegen graat. In de verte zien we de Gjendesee en het Bessvatnet bij Besseggen liggen. Tijdens de afdaling begint het net te regenen waardoor we onze regenjassen aantrekken en onze rugzakken voorzien van een regenhoes. De afdaling gaat zeer steil omlaag en het is wel even lastig afdalen met een zware rugzak op je rug terwijl de rotsen nat en glibberig zijn. Ondanks de regen lopen er nog erg veel mensen over het pad, waardoor je vaak even moet wachten tot tegemoetkomende wandelaars gepasseerd zijn.

De regen houdt niet lang aan en de zon breekt al snel weer wat door de wolken. Onze regenpakken doen we dan ook al snel weer uit. Wanneer we voorbij het Bessvatnet zijn, moeten we eerst weer een flink stuk stijgen en dat valt vrij zwaar. Uiteindelijk zien we in de verte tentjes op een graswand staan en als we daar in de buurt komen, zien we ook Memurubu liggen. Wij zetten ons tentje ook op de graswand neer met uitzicht op Memurubu.

Vandaag worden we gelukkig wat vroeger wakker van de zon die op ons tentje schijnt. De lucht is helder en we pakken dan ook snel de tent in onder het genot van hartkeks, zodat we snel aan onze tweede etappe kunnen beginnen.

Allereerst moeten we nog zo'n 300 meter afdalen naar de hut Memurubu, waar we een bruggetje oversteken en daarna direct weer omhoog gaan. We lopen even stevig door en merken al snel dat we te weinig water hebben meegenomen omdat we geen enkele watervalletjes tegenkomen. Eenmaal boven drinken we onze flesjes leeg in de hoop dat snel weer vers water te vinden is.

Na een aantal keren een flink stuk afwisselend te dalen en te stijgen, komen we uiteindelijk uit bij een meertje, Sjugurdtindtjønne, waar we onze watervoorraad weer bijvullen en waar we ook onze lunch nuttigen.

Even nadat we weer verder gelopen zijn, komen we uit bij een bordje met een splitsing. We kunnen kiezen tussen een zeer steile route naar Gjendebu of een rustig dalend pad voorbij Gjendebu. Aangezien wij toch minstens Gjendebu gezien willen hebben, kiezen wij voor de steile afdaling.

De afdaling lijkt in het begin erg mee te vallen. Het is er vrij smal en er loopt een steile afgrond naast, maar het pad gaat nog vrij rustig omlaag. Het veranderd al snel in een steiler pad met enkele stijle bergwanden omlaag waar je met een lange staalkabel omlaag moet. Aangezien Karina de rugzak niet prettig vindt bij de afdaling, gaat Michiel eerst omlaag om zijn rugzak daar achter te laten om vervolgens weer omhoog te klimmen om Karina's rugzak naar beneden te brengen. De afdaling kost ons veel tijd, maar uiteindelijk komen we wel uit bij de Gjendesee, waar we nog een groot stuk over een bebost pad gaan langs het water.

Net als de laatste boot vanaf Gjendebu vertrekt, bereiken wij Gjendebu, waar veel mensen op de boot wachten en waar ook veel mensen de zojuist aangekomen boot verlaten om te overnachten in Gjendebu. Wij lopen door, voorbij Gjendebu en zoeken daar een mooi plekje voor de tent, die we uiteindelijk vinden vlak naast de waterval de Storåe.

We worden wakker met regen en mist en nemen onze tent dan ook nat mee in de rugzak. Onze regenjassen en regenhoezen gaan meteen aan en we beginnen onze derde dag met regen en veel wolken.

Wanneer we op een gegeven ogenblik uitkomen op een plek waar we een groot meer moeten kunnen zien, zien we niets anders dan mist. Ook de steenmannetjes zijn nu niet meer goed te zien. Gelukkig is dit van korte duur. De mist trekt heel snel weg en het meer en pad zijn ineens goed zichtbaar. We verbazen ons erover dat we het meer nog niet gezien hadden, terwijl we er zo dicht langs liepen.

Bij het passeren van een waterval die Michiel wat sneller over probeert te steken dan Karina zodat hij vanaf de andere kant kan filmen, glijdt Michiel omver, met zijn kin op een grote rots. Als Michiel omhoog probeert te komen, blijkt dat moeilijker te gaan dan normaal. Zo'n zware rugzak is knap lastig als je hem bovenop je hebt liggen terwijl je op glibberige stenen ligt.

Hoewel we vandaag weinig hoogtemeters maken, is het wel een vrij lange tocht van bijna 20 kilometer en dat zijn andere kilometers dan dat je in Nederland maakt.

Na enige tijd zien we Leirvassbu liggen. We krijgen weer wat extra energie om stevig door te lopen. Maar de hut blijkt toch verder weg te zijn of we lopen minder snel als gedacht. Uiteindelijk komen we net tijdens een harde regenbui uit bij Leirvassbu, waar we binnen even twee kaarten kopen van Jotunheimen.

We zetten onze tent op even voorbij Leirvassbu, direct aan de kant van een voetpad, waar we nog vrij veel mensen horen lopen terwijl wij al lekker warm in ons tentje liggen.

Hoewel het de hele nacht geregend heeft en het inmiddels droog is, is het wel nog steeds bewolkt als wij 's ochtends ons tentje uitkruipen. We doen dan ook onze regenhoezen om onze rugzakken.

Zodra we het meer Leirvatnet voorbij zijn, moeten we een stuk langs een ander meer over grote rotsblokken lopen. Aangezien het nauwlijks waait, vliegen hier veel vliegen rond. De vliegen doen niets, behalve vervelend in je ogen, neusholtes en mond vliegen. Er lijkt geen eind te komen aan het van-steen-naar-steen-springen, want ook als we voorbij het meer zijn en het pad over de grote stenen afgelopen lijkt te zijn, blijft het pad toch bezaaid liggen met vervelende stenen waar je je enkels zeker eens in de 5 minuten verzwikt.

We zijn al enkele watervalletjes overgestoken wanneer het pad op lijkt te houden voor een brede rivier. Aan de overkant van het water zien we wel een steenman staan en daaruit concluderen we dan ook dat we het water over moeten steken. De neus van Michiel's linker bergschoen is inmiddels helemaal losgeraakt en verre van waterdicht. Het wordt dus een hele opgave om hier met droge voeten over te komen. Het kost ons zeker 10 minuten om hier over te steken. We kijken trots nog eens achterom en vervolgen onze route.

Even later blijken we nog enkele lastige rivieren over te moeten steken. We zien veel andere mensen de schoenen uit trekken en met blote voeten of slippers de rivier oversteken, wij zijn echter te lui en weigeren onze schoenen uit te trekken. We komen uiteindelijk redelijk droog de rivier over.

Later kunnen we twee bruggetjes oversteken over riviertjes die kleiner en rustiger zijn dan de rivieren die we eerder al zonder brug overgestoken hebben. Maar toch prettig dat we nu in ieder geval onze schoenen droog kunnen houden, voor zover ze nog droog zijn...

Ongeveer een kilometer voor Spiterstulen zetten we onze tent neer. Na het eten, lopen we nog even zonder rugzak naar de hut om onze afvalzak te legen.

's Ochtends ontdekken we dat de waterval naast onze tent een flink stuk lager ligt als de dag ervoor. Waarschijnlijk is de etappe die wij gisteren hebben gelopen dan niet altijd zo nat als gisteren.

Onze wandeling begint weer als onze avondwandeling van gisteren. Naar Spiterstulen. Wanneer we hier voorbij zijn, gaat het pad over in een brede tolweg. Het voelt heerlijk aan onze voeten om weer eens over een vlakke ondergrond te lopen en om achteruit te kunnen kijken terwijl je vooruit loopt.

Helaas kunnen we niet lang genieten van deze brede weg, want we moeten al gauw via een smal zijweggetje omhoog, waar we omhoog gaan en door een wolk heen lopen om daar vervolgens weer bovenuit te komen. Eenmaal boven, kunnen we kiezen over we langs de Glittertinden of er rechts langs gaan. Wij besluiten om de Glittertinden letterlijk en figuurlijk links te laten liggen en passeren rechts de Glittertinden. Een lang stuk over grote stenen volgt. We maken een draai naar links en stijgen nog een stuk. We komen de eerste tegenliggers al weer tegen, waaruit wij opmaken dat we ongeveer op de helft van de etappe zijn.

Wanneer we eenmaal het hoogste punt van de route hebben bereikt, krijgen we al snel weer wat vaste grond onder onze voeten. We lopen stevig door omlaag en zien plotseling in de verte 4 zwarte stippen bewegen. Een nauwkeuriger blik op de zwarte stippen leert ons dat het niet gewoon 4 zwarte stippen zijn, maar 4 rendieren. We lopen voorzichtig dichterbij om de dieren beter op de foto en film te kunnen zetten. Uiteindelijk zien we een hele kudde van minstens 16 rendieren en voor we het weten zijn we al bij Glitterheim aangekomen waar we onze tent opzetten en de nacht doorbrengen.

Wanneer we de tent uitkruipen zien we weer een hele kudde rendieren bij de rivier in het dal lopen. Aangezien Michiel de hele tijd loopt te niezen gaan we er vanuit dat wij op een plek van de rendieren hebben overnacht.

We lopen eerst langs Glitterheim en aangezien we vandaag erg vroeg vertrekken, zien we weinig mensen bij de hut. Even nadat wij de hut voorbij zijn, steken we een snel stromende rivier over met behulp van een brug dat met een paar boomstammen en latjes in elkaar is gezet.

We moeten eerst een stuk stijgen er vervolgens lopen we over een grote vlakte met alleen maar grote stenen om ons heen. Het loopt vrij lastig, maar gelukkig is het nog vrij in het begin van onze etappe waardoor we nog wel genoeg kracht in onze benen hebben om niet telkens te struikelen.

Vervolgens steken we een soort col over en nadat we een stuk afgedaald zijn, komen we ineens uit op een groot sneeuwveld wat van bovenaf gezien bijna recht naar beneden lijkt te lopen. Aangezien we de eersten van vandaag zijn die erlangs moeten, zien we geen duidelijk pad door de sneeuw en wij kiezen er daarom voor om om het sneeuw over de puinwand te lopen. Het eerste stuk van de omleiding is geen probleem, maar de grote stenen gaan al gauw over in kleine keien en het voelt alsof de grote rotsblokken elk moment omlaag kunnen glijden als eronder een paar kleine keien weg rollen. Het kost ons uiteindelijk een half uur om ons een paar meter te verplaatsen, maar uiteindelijk komen we wel weer op het "pad" terecht waar we weer steenmannetjes zien. Ook al is het niet echt een duidelijk pad, voor ons gevoel loopt het weer heerlijk en we hebben niet meer het gevoel dat er elk moment een groot rotsblok naar beneden kan glijden.

Na een kleine afdaling komen we uit aan de rand van een meer, de Tjønnholtjønne, met smeltwater. Aangezien het nog erg rustig is, nemen we een duik in het ijskoude water. Het is minder lekker als een warme douche, maar toch frist het ons weer op en lekker fris vervolgen wij onze route.

Een stuk verder hebben we uitzicht op het Russvatnet, wat wij voor onszelf als doel voor vandaag hebben gesteld. Tijdens de afdaling richting het meer, stuiten we op een kapotgeslagen hangbrug die ons een eenvoudige manier moest bieden om over een snelstromende waterval te komen. We lopen nog een tijdje verder omlaag en steken de waterval over op een plek waar de waterval het breedst is. Dit hebben we al van de rendieren geleerd die we dat gisteren ook hebben zien doen.

Eenmaal aan de overkant bereiken we al snel het Russvatnet waar we langs de rand van het meer lopen. Af en toe komen we over een grindstrand, wat met een beetje verbeelding ons het idee geeft alsof we ons op een tropisch eiland wanen.

Aan het eind van het Russvatnet ligt het punt waar we in ieder geval vandaag voorbij willen zijn. We steken hier een mooie wiebelende hangbrug over en zoeken een plekje. Aangezien er al een visserstentje staat en we niet vlak naast een ander tentje willen staan, lopen we nog een stuk verder. Voor we het in de gaten hebben, moeten we al weer stijgen en zijn er voorlopig geen kampeerplekjes meer. We besluiten daarom om eerst het stuk stijgen af te maken. Eenmaal boven, kunnen we geen stromend water vinden waar we ons drinkwater vandaan kunnen halen, dus lopen we nog een stuk door tot we uitkomen bij het Bessvatnet. Hier zetten we de tent op en genieten we van een mooie zonsondergang.

We worden al vroeg wakker van de zon die op onze tent schijnt. We pakken onze tent in en gaan meteen op pad. Het feit dat het vandaag onze laatste dag is, geeft ons weer wat extra motivatie om nog even stevig door te lopen.

We komen al snel uit bij een kruising waar we de eerste dag richting de Bessengen graat gegaan zijn. En we bereiken niet lang daarna de auto waar een heerlijk gekoeld blikje cola (eindelijk weer een zoet drankje!) op ons wacht en een grote zak drop.

We krijgen nog 1 dag parkeergeld terug en vertrekken meteen richting Lom. Niet ver van de parkeerplaats zien we twee mensen die dezelfde richting op lopen als wij met de auto terwijl ze een duim de lucht in steken. We nemen de lifters, een noors koppel, mee tot Ransverk. Ze vertellen ons nog wat dingen over Noorwegen, o.a. dat de kuddes rendieren die we gezien hebben, niet wild zijn.

In Lom aangekomen nemen we eerst een kijkje bij het beroemde kerkje van Lom en gaan daarna snel op zoek naar iets eetbaars. We komen uit op een soort van snackbar waar we een extra grote hamburger met friet bestellen. De eerste happen gaan snel, maar al gauw komen we erachter dat onze magen wat gekrompen moeten zijn.

Nadat we nog wat hebben rondgekeken en boodschappen gedaan hebben in de supermarkt van Lom, vertrekken we weer in de richting van het Sognefjord.